17 december 2009

Wonderschoon

"Heb je het koud?" Ik kijk je aan. Drie truien aan en mensen vragen altijd nog of ik het koud heb. Volgens mij doe ik dan iets fout. Of ik doe het goed en zij doen het fout? Ik weet het allemaal niet. "Stomme vraag of niet?" Ik knik. "Hele stomme vraag, of niet?" Ik knik opnieuw, ditmaal iets heftiger. Het valt weer even stil.
"Wil je anders iets warms te drinken? Zodat je weer lekker warm kunt worden?" Ik knik, opnieuw. Je raakt geïrriteerd. Ik raak geamuseerd. "Thee?" Ik schud van nee. "Koffie?" Opnieuw schud ik nee. "Warme chocolademelk?" Ik knik.
Terwijl jij druk bezig bent met het maken van de chocolademelk loop ik op mijn tenen naar de deur. Je hebt niets door. Doe ik mijn naam Muis er toch nog eer aan. Ik glip naar buiten. KOUD! Ik pak een hoopje sneeuw. Je kent het wel, sneeuwballen maken. Ik grijns. Daarna knik ik. Ik gooi de deur open, ren naar binnen en gooi de sneeuwbal recht in je gezicht. Verschrikt kijk je op. Ik lach me dood, jij lacht je dood. Gelukkig maak je me niet dood. Of misschien is dat wel de bedoeling. We beginnen ons gevecht. Ons gevecht met sneeuwballen, dat dan weer wel.
"Tot de overwinning?" Ik knik. "Tot een van ons genade roept?" Ik knik. Daarna raakt een sneeuwbal vol mijn gezicht.

Het is gewoon wonderschoon

3 opmerkingen: