In 2011 ga ik alles beter doen
We laten alles gewoon achter in 2010
Laat het maar herinneringen zijn

'Heb je dat gevoel wel eens gehad?' Uit het niets komen de woorden uit mijn mond. Ik heb er geen controle over. Je kijkt me vragend aan. 'Welk gevoel?' vraag je. 'Dat alles om je heen vervaagd. Foto's van vroeger vervagen. Herinneringen vervagen. Kleren vervagen. Kleuren vervagen. Gedachten die vervagen. Het lijkt alsof alles vervaagd.' Je zegt geen woord. Je kijkt me aan, stil. In gedachten, of luisterend. 'Alsof je opeens een nieuwe start kunt gaan maken. Dat je een keuze hebt. Oude foto's herbeleven of nieuwe maken en nieuwe herinneringen koesteren.' Woorden blijven maar uit mijn mond stromen. Ik moet luisteren naar mezelf. Luisteren naar de woorden die ik zeg, om het te blijven volgen. Jij ook.
Rennen. Rennen tegen de wind in. Onze ideeën gaan verloren. We laten alles achter ons. We blijven maar rennen. Niet meer stoppen. Nu niet. Nooit niet.
Omdat ik je nooit meer zal vergeten.
"Ik wilde even zeggen dat ik je echt een mooierd vindt." Ik schrik. Val stil. Een onverwachts compliment. Ik voel dat mijn hoofd zo rood wordt als een tomaat. "Niet schrikken joh! Je kan toch best tegen een complimentje?" De ander kijkt me vragend aan. Is het wel vragend? Betrap ik hem niet toevallig net op een spottend gebaar? Ik mompel dat ik het aardig vind dat hij het zegt. Nooit heb ik tegen complimenten gekund. Altijd val ik stil, word ik zo rood als een tomaat en geloof ik er niets van. Hij wil vast gewoon even aardig zijn. Liegen is een goed middel om aardig te zijn. Dat is zoals zeggen dat als iemand een beugel krijgt, het hem vast fantastisch zou staan en dat hij vast meteen door het eerste de beste modellenbureau opgebeld gaat worden en de hele wereld over zal reizen, bakken vol met geld verdienend.
We zouden meer moeten geloven. Ik weet ook nog steeds niet waarin. Maar geloven blijft in mijn ogen een van de mooiste dingen op aarde. Je houdt hoop. Je blijft positief. Geloven zou ons nog eens iets kunnen leren. Leren dat het leven waardevol is, al zie je het op sommige momenten duister in. Leren dat je altijd iets waard bent. Leren dat liefde een van de waardevolste bezitten is.
Eigenlijk wil ik heel veel. Teveel misschien dan goed voor me is. Ik wil nog klein zijn. Ik wil nog steeds kunnen knuffelen met mijn ouders zonder dat het raar gevonden wordt. Ik wil mijn lieve vriendje nooit meer kwijt. Ik zou altijd al eens keihard door de straten willen rennen. Ik zou graag een keer heerlijk ruzie maken met mijn verschrikkelijke teamleider. Ik wil 4 kilo kwijt. Ik wil dat het altijd zomer is. Ik wil geen 18 worden, omdat ik dan opeens nog meer verantwoordelijkheden erbij krijg. Ik zou graag een keer de bladeren naar beneden zien vallen als ik over de straten loop. Ik zou graag een keer mijn springwedstrijd overnieuw doen. Ik wil zo graag dat Lambiek weer terug komt. Ik zou graag willen vliegen. Ik wil heerlijk kunnen koken. Ik wil dat alles anders wordt. Ik wil nooit meer iemand kwijt raken uit mijn familie. Ik wil dat er een geneesmiddel tegen kanker gevonden wordt. En ik wil ook dat erge ziektes niet meer bestaan. Ik wil weglopen van sommige dingen. Ik zou zo graag willen dat iedereen op deze wereld gelukkig is. Ik zou willen dat ik genoeg geld had om mijn favoriete paarden van de manege over te kopen, zodat ik ze voor altijd bij me zou hebben. Ik wil een mok thee. Ik wil nooit meer ruzie hebben. Ik wil niet dat mensen me opdringen dingen te vertellen als ik daar geen behoefte aan heb. Ik zou zo graag willen dat mensen me met rust lieten als het even niet lekker loopt. Ik wil trouwen met mijn lieverd. Ik wil heel oud en gelukkig worden. Ik wil dat kinderen zo onschuldig zouden kunnen blijven. Ik wil zo graag een veulentje. Ik wil nooit meer pijn.
Ik ben geen held, tenminste niet een die telt. Maar ik doe mijn best te blijven staan. Wat ik schreeuw lijkt niet slecht. Maar wat ik schrijf ben ik echt. Zo kan ik een beetje van de wereld aan.
Vecht. Ik zal altijd vechten tegen jou. Niet meer toegeven. Niet meer zwak worden. Jij en ik, niet meer samen. Daar streef ik naar. Maar jij wilt niet weg en ik wil jou niet.
De straten lijken uitgestorven. Geen enkel levend wezen is meer op straat te bekennen. Alsof het met bakken uit de hemel giet. Paraplu? Nee, niet nodig. Nu is het mijn tijd om naar buiten te gaan. Nu de straten leeg zijn gelopen. Nu de mensen de sneeuw niet meer willen zien. Nu de mensen hopeloos naar het weerbericht luisteren, in de hoop dat het weer gaat dooien.