Dwalen door de straten. Alles groot. Alles zo immens. Niets is me bekend.
Langzaam stap ik door. Mensen passeren me. Ik passeer de mensen.
Alles is grauw. Niets lijkt vriendelijk. De mensen kijken nors.
Ik ontwijk de mensen. Zij ontwijken mij.
De sfeer lijkt gespannen, maar ik ben niet bang.
Ik zal nooit bang zijn. Ik zal het niet vrezen.
De straten zijn niet te onderscheiden en ik loop maar door.
Ik heb niets te vrezen.
Ik zal blijven dwalen. Altijd.
sip, maar mooi
BeantwoordenVerwijderen