31 december 2009

2010

Lieve volgers,

ik wens jullie een heel gelukkig, gezellig, gezond, juichend, zingend, lachend en stralend 2010 vol met liefde!
Dus, een gelukkig nieuwjaar!

Kus!

28 december 2009

Dolle pret met Jerzy
"Gaat het?" riep de vrouw die zag dat ik gevallen was.
"Nee!" zei ik.
"O," riep ze, terwijl ze doorfietste.

17 december 2009

Wonderschoon

"Heb je het koud?" Ik kijk je aan. Drie truien aan en mensen vragen altijd nog of ik het koud heb. Volgens mij doe ik dan iets fout. Of ik doe het goed en zij doen het fout? Ik weet het allemaal niet. "Stomme vraag of niet?" Ik knik. "Hele stomme vraag, of niet?" Ik knik opnieuw, ditmaal iets heftiger. Het valt weer even stil.
"Wil je anders iets warms te drinken? Zodat je weer lekker warm kunt worden?" Ik knik, opnieuw. Je raakt geïrriteerd. Ik raak geamuseerd. "Thee?" Ik schud van nee. "Koffie?" Opnieuw schud ik nee. "Warme chocolademelk?" Ik knik.
Terwijl jij druk bezig bent met het maken van de chocolademelk loop ik op mijn tenen naar de deur. Je hebt niets door. Doe ik mijn naam Muis er toch nog eer aan. Ik glip naar buiten. KOUD! Ik pak een hoopje sneeuw. Je kent het wel, sneeuwballen maken. Ik grijns. Daarna knik ik. Ik gooi de deur open, ren naar binnen en gooi de sneeuwbal recht in je gezicht. Verschrikt kijk je op. Ik lach me dood, jij lacht je dood. Gelukkig maak je me niet dood. Of misschien is dat wel de bedoeling. We beginnen ons gevecht. Ons gevecht met sneeuwballen, dat dan weer wel.
"Tot de overwinning?" Ik knik. "Tot een van ons genade roept?" Ik knik. Daarna raakt een sneeuwbal vol mijn gezicht.

Het is gewoon wonderschoon

26 november 2009

Niemand kan me raken


IJzig
Blik op oneindig
Niemand kan me raken
Niemand zal me doorgronden
Lopen door de storm
Het is veilig
Niemand zal me raken,
zelfs de wind niet
Ik loop er dwars doorheen
Maar ze kunnen me niet raken
Gewoon,
met mijn blik op oneindig,
IJzig

17 november 2009

Samen


Alleen maar samen,
lopend over dijken vol bladeren.
IJzige wind.
We gaan nergens heen.
Samen
Ach, samen is ook maar alleen

4 november 2009

Papa, de superheld

'Papa? Papa, waar ga je heen?' Zijn ogen glinsterden van de tranen die ontstonden, toen zijn vader wegliep in de drukke winkelstraat. Hij zette het op een rennen, want papa mocht niet weg. Gelukkig liep papa rustig en kon hij hem inhalen. Zijn zesjarige beentjes waren moe geworden van het sprintje, maar papa was weer gevonden. 'Loop je een beetje door? We moeten nog een cadeau voor mama halen!' Papa keek naar beneden. De ogen van zijn zoon waren hetzelfde als die van hem. Het was soms alsof hij in de spiegel keek. Zo zag hij er vroeger ook uit.
'Er zijn zoveel mensen papa! Ik vind het niet leuk! En ik ben moe.' Papa pakte zijn hand. 'Kom maar jongen, als we samen hand in hand lopen is er niets aan de hand.' Hij voelde hoe zijn zoontje zijn hand nog steviger vastpakte, voor zover een zesjarige dat kon.
Hij voelde zich gerustgesteld toen papa zijn hand vast had. Als papa er was, kon hem toch niets gebeuren? Papa zou hem beschermen voor alles. Papa zou alles voor hem doen. Papa stuurde ook elk jaar weer zijn brief naar Sinterklaas en naar de Kerstman. Papa bracht hem naar school. Papa stoeide met hem. Papa was een superheld en hij was zijn hulpje.
En als de superheld ten onder zou gaan, dan zou hij met hem meegaan. Het stelde hem gerust. Papa en hij zouden, als het moest gebeuren, samen ten onder gaan.

11 oktober 2009

Ik en mijn grootste angsten

En ik had nooit gedacht dit je ooit te vertellen.

Morgen. "Morgen wil ik niet meer, mama!" Ik schreeuwde het uit, maar ze gaf me geen reactie. In mijn hoofd speelde ik een dramatisch pianonummer af. Misschien wel om het meer dramatisch te maken dan het eigenlijk was. Maar ik deed het toch. Misschien hoorde mama het wel en vond ze me dan wel zielig genoeg. "Ik wil niet, mama, nee!" Weer geen reactie. Ze staarde wezenloos voor zich uit.
Dat heb ik altijd bewonderd. Hoeveel moeite ik ook deed, ze hield het altijd vol. Ik was altijd de eerste die het opgaf. En hoewel ik vandaag net zo vastbesloten was als de vorige keren om deze keer te winnen, wist ik diep van binnen dat ik het ook deze keer eerder op zou geven. En toch ging ik door.
Ik zat voor haar, op mijn knieën. De krokodillentranen stroomden over mijn wangen. Ik huilde niet echt, maar ik was wel echt bang. Bang voor mijn dokter en bang voor de dingen die hij ging zeggen. Pas toen keek ze me aan, alsof ze in één keer de angst rook. Of het was haar moederinstinct die haar ineens vertelde dat ik angstig was.
"Lieverd, ik bel de dokter en morgen gaan we erheen. Niets aan de hand en nu niet meer zeuren." Met deze woorden bracht ze me naar boven, naar mijn slaapkamer. Het was allang bedtijd geweest en ik bleef maar doorgaan met zeuren. Ik wilde niet naar de enge man. Hij had enorme handen en was altijd te enthousiast als ik er zou zijn. Alsof de man blij was dat ik eindelijk weer eens ziek was. Ik wist nu al dat ik de hele nacht niet meer zou slapen.
Mama zou me duizenden verhaaltjes voorlezen en ik zou haar vannacht meer dan een miljoen keer wakker roepen. Dit met de excuses "nachtmerries, ik ben bang in het donker, de dokter gaat me vast pijn doen, over een paar weken voel ik me vast wel beter". En het hielp allemaal niet.
Ook deze keer won ze weer. Ik sliep, zij ook. In mijn dromen totaal vergeten waar ik bang voor was. Misschien moet ik morgen ook maar de hele dag blijven slapen. Dan komt alles vast goed.